Naar de inhoud

Straks schrijft de AI je generator, niet je model

English version: Soon the AI writes your generator, not your model.

SkipTheCAD noteert op 30 oktober 2026 666 generatoren voor 3D-printmodellen, verdeeld over vijftien categorieën. Geen CAD-bestanden om te bewerken, maar tools die direct een STL of 3MF opleveren: een tandwiel, een Gridfinity-bak, een lithofaan, of een figuurtje dat uit een foto is gerold. De interessante vraag is niet hoeveel er nog bijkomen, maar wat er gebeurt zodra een AI die generatoren gaat aanroepen, en daarna zelf gaat schrijven.

De generatorlijst van SkipTheCAD met de zoekterm vent
Schermafbeelding: skipthecad.com, gefilterd op “vent”: 15 van de 666 generatoren.

Van die 666 zijn er 510 gratis, maar 320 vragen een account voor de download en 120 zijn open source. De categorie AI-naar-3D springt eruit: 57 tools, waarvan er 14 gratis zijn en de rest met credits of een abonnement werkt. De grootste categorieën zijn Cadeaus (169), Mechanische onderdelen (137), Opslag (112) en Tekens en tekst (109). Die vier tellen samen meer dan 666, omdat een generator in meerdere categorieën mag staan.

Twee soorten generatoren

Aan de ene kant staan de parametrische generatoren, die met vaste regels rekenen. De tandwielgenerator van Koolm vraagt om modulus, tandenaantal en drukhoek en levert bij dezelfde invoer altijd hetzelfde model. De Gridfinity-generator van Perplexing Labs bouwt bakken uit een rooster met jouw formaat, hoogte en wanddikte. Aan de andere kant staan de AI-generatoren, die taal of beeld omzetten in geometrie. Meshy maakt van een beschrijving of een foto een model, Tripo AI accepteert daarnaast een schets, en daar is het resultaat niet herhaalbaar: dezelfde opdracht geeft twee keer een ander model. De twee soorten groeien naar elkaar toe, want meerdere AI-hubs zetten er inmiddels generators voor vaste vormen naast.

Wie de geometrie bepaalt

Het verschil tussen die twee zit niet in het eindresultaat. Een behuizing uit een generator print net zo goed als een behuizing die je zelf hebt getekend. Het verschil zit in wie de vorm bepaalt: bij CAD ben jij dat, bij een generator is het de maker van de tool en kies jij alleen de getallen. Voor terugkerend werk is dat winst: een Gridfinity-bak, een tandwiel of een huisnummerbord hoeft niemand nog met de hand op te bouwen, en iemand zonder CAD-ervaring maakt in een browser een printbaar relief van een kindertekening.

Waar het ophoudt, is even duidelijk. Geen enkele generator kent je printer, je filament of je toleranties, en je kunt er twee niet aan elkaar koppelen: het tandwiel en de behuizing eromheen komen uit tools die elkaar niet kennen. Wat je meeneemt is een generieke STL of 3MF, waarna oriëntatie, supports en passingen in de slicer en bij jou blijven liggen. Een AI-generator levert bovendien wat eruitziet als wat je vroeg, niet wat functioneert: wanddikte, gatposities en radii komen uit een waarschijnlijkheidsmodel en niet uit een berekening.

Eerst roept de AI de generator aan, daarna schrijft hij hem

Een AI-model met toegang tot gereedschap, via MCP of een agent-opstelling, kan de generatoren op zo’n site al aanroepen. Je vraagt om een bak van 150 bij 150 bij 30 millimeter, de agent vult de velden in en haalt de STL op. Dat scheelt navigeren en klikken, maar het blijven andermans generatoren: je hangt aan wat de site aanbiedt, hoe lang die bereikbaar blijft, wat het kost en in welk formaat het eruit komt.

De stap daarna is dat het model de generator zelf schrijft. Je beschrijft je probleem: een beugel die een buis van 20 millimeter op een plaat van 5 millimeter vastzet, printbaar zonder supports op een Bambu A1, in PETG met een laaghoogte van 0,2 millimeter. Wat er dan uit komt is geen STL maar een script in CadQuery, build123d of OpenSCAD, met de buisdiameter, de plaatdikte en de printer als parameters. Je draait het script lokaal en houdt een STEP-bestand over dat je aanpast door de code te wijzigen. In plaats van 137 mechanische onderdelen om uit te kiezen krijgt elke vraag zijn eigen generator.

Wat overblijft is het werk dat je niet kunt overdragen: controleren of het past, of het sterk genoeg is en of het print. En de code is het enige onderdeel dat je echt in handen hebt: een model dat je via Ollama of LM Studio lokaal laat lopen, schrijft die scripts zonder account en zonder credits, en de geschiedenis blijft op je eigen schijf.

Mijn oordeel: de generatorwebsite is een tussenstadium, en de waarde zit in de code die erachter zit. Vraag een model om een CadQuery- of OpenSCAD-script in plaats van om een STL, draai het op je eigen machine en bewaar het naast je modellen. Een gedownloade STL is een dood bestand dat je in de slicer alleen nog kunt schalen; dertig regels script kun je over vijf jaar nog aanpassen, ook als de dienst die ze maakte allang offline is.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *